N. 820£±™= SCHUITEMAKERS ——1892 Woensdag, 38 September. Noordhollands Nieuws- en Advertentie-blad. Acht-en-dertigste Jaargang. Oppervlakkigheid. BUITENLAND. Verschijnt DIHSDAO en ZAT;.V AdvertenTiën van 1—5 regels 75 Cte., elke regel daarboven 15 Cent. A b on n e m en t s p £ij s 85 Cents per drie maanttöfl,- franco^ pei^ pob{ T.— V'an 8 plaatsingen, in eens opgegeven, worden slechts 2 berekend. Bewijsnummers Advertentiën in té zenden des Maandfags en Vrgdags tot »a Wddags^.r a fix 3Bg voortdurende plaatsing volgens nadere overeenkomst. Groote letters Ingezonden stukken liefst vroeger. v' 1 worden naar plaatsruiihte berekend. - 6 Bureau Weerwal PUBMEBEND. Adverteutien: Dienstaanbiedingen en Liefdegiften 25 Ct. per 5 regels, contant, elke regel meer 5 Ct., zonder korting voor Boekhandel of Postdireotie - - - Vertrekuren Spoortrein. Dienstregeling 1 Mei. Gewone tijd. StoomboQtd. Amsterd.-Purmerend PUffiÉMlER COURANT. ■- -•.•■■■- _J_z 5 - - Van AMSTERDAM naar ENKHUIZEN. Van ENKHUIZEN naar V Amsterdam tt Zaandam u Oostzaan h Purmerend jr Kwadijk-Edam g Oosthaizen K Avenhoru f Hoorn ff Blokker f Westwoud ff Hoogkarspel I, Bovenk.-èrootebr, Ak. Enthniaoa 6.'0.45 6.16 7.03 6.26 7 AÖ.36 7 ik. Enkhuinon 8.27 Van ENKHUIZEN naar STAVOREN 'per atoomb. ia verb, per Spoor v. STAVOREN naar LEEUWARDEN morg. 8.82, 9.55, V Enkhuizea Rovenk.-Grootebr, Hoogkarspel Westwoud Blokker Hoorn Avenhorn Oosthuizen Kwadijk-Edara Purmerend 1.37 Oostzaan 1.44 Zaandam 1.49 Ak. Amsterdam 11.82, 'euam. 4.65 en 12.51, 6.25 en 7.20 7.27! 7.84 7.40 7.46 7.55 8.03 5.25 5.31 '5.88 5.49 5.55 36.09 "g 6.17 6.24 8.10 6.84 8.20 6.418.27 8.38 7.-8.49 7.22|9.08 savonds 7.28 8.40. a 9.51 10.59j - H.08'12 11.20;i2.S 9.37 9.48 .25110.01 7.89;i0.13 Van AMSTERDAM Dagelijks (uitgez. Dinsdag) Vm. 7, 10.45,12. Nmd. 2, 4, 6, 7. Des Dinsdags Vm. 6, 6, 7, 9,10.45,12. Nm.2, 4, 6, 7. Van PURMEREND Dagelijks (uitgez. Dinsdag.) Vm. 6.80, 8, 9.16, 11. Nm. 12.80, 2, 4, 6. Des Dinsdags: Vm. 6.30, 8, 9.15,11. Nm 12.80, 2, Des Zondags: r Van Arasterdam eu van Purmerend 's av. 8.45 4, 6. Van STAVOREN naar ENKHUIZEN 's morg 8:21,10.—, 4.84 en's av 7.80 Van LEEUWARDEN naar STAVOREN 6 60, 9.—, 8.07 en 6.25 In de redevoering, waarmede verleden week de Leideche Hoogleeraar dr. Oort het eenjarig nmbb van rector-magDificus overdroeg aan zjjn opvolger, prof. Tiele, sprak eerstgenoemde ge leerde ook over een beweging, die in de kringen der Britsche studeerenden is ontstaan en zich reeds zeer heeft uitgebreid. Zjj heeft ten doel: het universitair onderwjjs méér algemeen te maken, het te brengen binnéto het bereik ook dergenen, die meenen vol doende ontwikkeld te zjju dm zich op 'de ge regelde beoefening van eenig vak toe te leggen, zonder dat zjj daarom het académie-leven in zjjn geheelen omvang behoeven mede te maken. Gewoonljjk gaat men aldus te werk: Wan neer iemand onderwjjs verlaDgt in eenig vak, treedt hjj met de Universiteit in overleg; bestaat de mogelijkheid, een cursus voor dat vak in te richten, dan zorgt deze voor een 'lector. Diens taak bestaat in het houden van voorlezingen; na elk twaalftal geeft hjj een uur van onderricht, van ondervraging en be spreking van ingeleverde opstellen. Is de cursus afgeloopen, dan kan een examen worden afgelegd, en wie aan de eiscben voldoet, kan van de Universiteit een getuigschrift bekomen. Men vindt deze regeling te Cambridge, te Oxford en te Londenin laatstgenoemde stad is een afzonderlijke vereeniging voor dat doel opgericht. De gezamenlijke cursussen telden in het laatste jaar 45.000 toehoorders. Professor Oort is van meening, dat men ten onzent ook die richting zal moeten volgen, dat de beoefening der wetenschappen niet beperkt behoort te blijven tot den kring dergenen, die bjj uitsluiting van andere studeerenden studenten" worden genoemd. En al kunnen dan de professoren móeiljjk zei ven als onderwijzers optreden, zjj zullen zeker gaarne het werk besturen, sprekers kiezen en afvaardigen, handleidingen keuren en examens afnemen. Ik kan niet' zeggen, dat. zoo'n stelsel van Tweedehandsch universitair onderwjjs mjj bjj- zonder toelacht. Als middel om te gemoet te komen aan den eisch, dat een wetenschappe lijkevorming ook binnen het bereik moet liggen van hen, wier aytatscbappeljjke toestand hen belet de daartoe bënoodigde kosten te dragen, is het ten eenenmale onvoldoende: hoofdzakeljjk zal het gevolg zjjn, dat in wjjderen krifig zekere mate van oppervlakkige kennis wordt verspreid, die de houding aan neemt van wetenschap, doch den bezitter in geen enkel opzicht bister, bruikbaarder, ge lukkiger maakt. Ik maak één onderscheid, en wel voor degenen, die zicb met ernst willen toeleggen op een of meer vakken, waarvan zjj langs anderen weg reeds datgene hebben beoefend wat als voorbereiding tot eeD aca- démischen cnrsus kan beschonwd worden. Maar waarom zon men dezen dan niet veel liever aan de hoogeschool zelve, van de professoren in persoon, geven wat zjj behoeven, onder verleening van alle stoffeljjke en intéllectueele hulp, die hun bjjzondere toestand vereischt? Neem b. v. een bekwaam beambte van een levensverzekering-maatschappij, die wiskunde genoeg' heeft geleerd om een wetenschappelijke studie van zjjn vak te gaan maken, en daartoe de lessen van een academie wil genieten; neem een onderwijzer met bjjzouderen aanleg voor taalstudie dezen menschen zou men een grooten dienst bewjjzen, door hun den toegang tot de académie en tot de académische examens gemakkelijker te rn&ken. Die duizenden toe hoorders" maken op mjj weinig indruk, want ik kan niet gelooven dat er zulk een overvloed is van ernstige beoefenaarader wetenschappen, In het studenton-weekblad Minerva", prof. Oort vermelde het ook bjj deze gelegen heid, werd «enige maanden geleden aan gedrongen op het inrichten van cursussen »met algemeene onderwerpen" Dat zou nog erger zjjn, en wei-d ook door spr. afgekeurd. Aan zoogenaamd populair-wetenschappeljjke voordrachten alle waarde te ontzeggen, zou bobgst onverstandig zjjnzoowel door vorm als door inhoud kunnen zjj uitmunten, en zeer geschikt zjjn om eenig inzicht te geven in de beginselen eener wetenschap, vooral ook door bet doen verdwjjuen van verkeerde voorstellingen. Maar door het geregeld bjj- woneu dier voordrachten, wordt niemand een wetenschappelijk ontwikkeld man; wel loopt hjj eenig gevaar, zichzelven op dat punt te gaan overschatten. Om een zaak te weten, zóó, dat men zichzelven en anderen reken schap kan geven van feiten, verschijnselen, betrekkingen, is het lang niet voldoende er wat over geboord of gelezen te hebben: men moet haar beoefenen, bestudeeren, blokken, zooals het recht teekenachtig heet; öf door warrneming van wat daarvoor vatbaar is, öf door het zuiver en juist vergelijken en onder scheiden van de resultaten van het denken van anderen, komt men tot een kennis, waar van alleen hjj, die haar bezit, zich nauwkeu rig kan voorstellen hoe bescheiden haar om vang nog is. Ik spreek met eenige uitvoerigheid over deze dingen, in de overtuiging dat oppervlak kigheid een der hoofdkenmerken van onzen tjjd is, en ik die hoedanigheid als een kwaad beschouw. Want vooreerst verdeelt zjj het arbeidsvermogen onzer hersenen, dat op één punt gericht, heel wat zou knnnen uitwerken, over tal van zaken, pn vermindert dus de kracht in verhouding tot den'omvang van het arbeidsveld. Ten tweede worden door hen, die slechts ten halve of nog veel minder weten, dingen gezegd en geschreven, die men best ve'fzwegen 'zou kunnen laten. Ten derde veroorzaakt dat schjjntje van kennis èen soort van opgeblazenheid, die den bezitter in den regel geen plaats onder de aangenaamste menschen aanwjjst. Ter vermijding van de nadeelen, die ik alzoo aan het bjj wonen van voordrachten, vergaderingen ter behandeling van min of meer wetenschappelijke zaken en cursussen over de theorie van eenig vak meen op te merken, zal ik niét aanraden, er niet te ko men. Integendeel, mén. moet ze wel, beter, geregeld bezoeken. Onder dat beter versta ik ook, dat men vooral scherp toeluistert, en daarbjj met den spreker medèdenkt iets dat niet zoo gemakkelijk is als sommigen, die het nooit langer dan tien minnten achtereen be proefden, zich verbeelden, en dat daarom ook veèl te weinig wordt gedaan. Maar wel moet ik ontraden, te veel verschillende dingen aan te pakken. Vooral voor hen, die all en hun vrjjen tjjd kanneu aanwenden om hun gezichts kring uit te breiden, is het zeer aan te be velen, het meer te zoeken in de diepte dan in de breedte. Het is volstrekt niet noodig, óver alles en nog wat »mee te kunnen praten" en de valsche voorstelling die bjj duizenden heerscht omtrent hetgeen men onder een >a!geinuene ontwikkeling" heeft te verstaau, nameljjkeen mengelmoes of een opeenstapeling van onvol ledige en nevelachtige begrippen op elk ge bied van het menscheljjk denken, behoeft ons niet te brengen in een doolhof zonder bepaalde richting of vastgesteld doel. Er zjjn veelweters", van wie hun bewonderaars ge tuigen dat zjj een encyclopedische kennis" j bezitten, en zjj leveren daarvan het bewjjs, door met den meest beslisten toon bun oor- j deel uit te spreken zoowel over de exploitatie van een spoorwegnet in Japan als over de mogeljjkheid om de taal der visschetr te ver- staanzoowel critiek te oefenen over de richting van bet landsbestuur als over. de hedendaagsche tooneelietterkunde. Inderdaad zjjn er menschen, die veel weten, veel oor spronkelijks denken, maar hun getal is niet groot en hun optreden is bescheiden. Ook ons lezen werkt oppervlakkigheid in de hand. We lezen te veel, te snel, te on nauwkeurig. De couraut moet over een uur weer weg dns gauw ingezien. Niets ontgaat onze aandacht, maar vluchtigde indruk is onvolkomen. Met boeken en tijdschriften gaat het even zoo. Lees één boek goed, zoo, dat het uw eigendom wordt, dat gjj de stof ver werkt, dat zal meer nut doen dan het doorvliegen van een gebeele maand voorraad van uw leesgezelschap, 't Spreekt vanzelf dat het boek de moeite van een nan.vgozette lectuur waard moet zjjn. Er wordt itr onze dagen schrikkelijk veel »gedaan" aan staatknnde, aan godgeleerdheid, aan geneeskunst, aan staathuishoudkunde, door leeken in die vakken. Wat mep er van j hoört is dikwgls te gek om er naar te luis teren. Dat is de vracht van hetgeen ik boven dit, opstel plaats. WjKST-FftlSO. dag werd tegen vijf meisjes van zeventien jaar prooeaverbaal opgemaakt. Pas getrouwden verpandden hare eigen kieederen en die harer mannen om drank te koopen. - In de Académie van Wetenschappen te Parijs heeft Dr. Peter over de oholera gesproken op' een manier, wel geschikt om acgatige gemoederen geniet te etellen. Hij herhaalde de vaak geboorde waar- sohnwing tégen vrees, waardoor men jniat vatbaar wordt voor de ziekte. Volgene hem zijn oholera eohlige diarrhee, oholera nostras en Aziatisohe oholera een en dezelfde ziekte, in verschillende graden van hevigheid*. En naar zjjn oordeel is de cholera niet zoo besmettelijk als men algemeen gelooft. Bg pokken, roodvonk én mazelen ie bet gevaar voor besmetting veel grooter. Cholera is, volgens Dr. Peter ^betrekkelijk" besmettelijk, zooals typhus en dipbteritis, en dan nog in mindere mate dan die twee ziekten. Dr. Brouardel was het eohter niet met Dr. Peter eens, vooral niet wat het mindere besmettingsgevaar betreft. Het eeuwfeest van de afkondiging der eerste Republirk is den 22 begonnen. Te 10 oren begaf zioh president Carnot met de ministers naar bet Pantbeoo. De minister-preeident Loubet hield eene lofrede op de Republiek, de hoop uitsprekende op eene vreedssme regeling van de sociale kweslien. De heer Ploquet, voorzitter der Kamer, verheerlijkte de revolutie en de tegenwoordige Republiek, door de kiraohi der natie, dank zij der eensgezindheid der partijen, hersteld en welke thans haren wil oplegt. De gesohiedenis zon de geslachten eeren, die de broederlijke' eenheid der burgera en de dehuitieve overwinning van het reobt over het ge weld voorbereidden, tevèns de deur der broedersobap ook voor audere natiën opentettende. Ru»lana De ffNivosti" zegt, dit <le geruohten hsngsaode een verbood tusschen Rusland en Frankrijk gesloten, i uit de lucht zqn gegrepen, maar dat de politiek van Oostenrijk en Duitschland, die ontegenzeggelijk vijandig ia tegeu Rusland en Frankrijk, het slniten van een zoodanig verbond eerlang noodzakelijk zal makon. De vredelievende gezindheid deter beide laatste mogendheden is er eohter een waarborg voor, dat de rust van Europa niet zal worden verstoord, aangezien het verbond een uitslnilond offensief karakter zal dragen. De Hertog van Sutherland is plotseling overleden fn den ouderdom van 65 jaren, op zijn prachtig kasteel aan de Oostkust van Schotland. Hij was een der rijkste edellieden van Earopa. Zijn grond bezit in Groot-Britaanië besloeg 600,000 heotareu t en daarenboven bezat hij nog uitgestrekte landerijen in Noord Amerika en twaalf kerk-livinga. De epidemie van roodvonk (scharlakenkoorts) te Londen ie nog steeds zeer hevig. In de openbare ziekenhuizen liggen 3878 lijders aan deze ziekte en men moest een groot aantal patiënten afwijzen wegens plaatsgebrek. De dronkensobap van vrouwen neemt in Londen verschfikbarend toe. Drie jaar geleden werden bijna 8000 vrouwen wegens dronkensobap opgebraoht, verleden jaar 8500 van „drouken en wanordelijk" geweest te zijn werden beschuldigd 8873 vrouwen, waaronder echtgenooten van fatsoenlijke werklieden. De leeftijd wisselde van 15 tot 8» jaren. Op één Het berioht dat Keizer Wilhelm een bezoek aan Keizer Frane Jozef zal brengen, wordt bevestigd. De Keiter gaat waarschijnlijk over Weimar waar hij de feesten zal bijwonen naar Weenen. Het Berlijnsohe comité voor hulp aan Hamburg ontving een schrijven van den Keizer, waarin hij ook in naam der Keizerin zijne groote tevredenheid nitspreekt over de vórming van bet oomité, Gods rijksten zegen toewenscht aan de edele onderneming én sla bewijs zijoer hartelijke deelneming in do zware bezoeking voor Hamburg 10,000 mark toezegt. Officieel wordt nit Hamborg bericht, dat er van 23 tot 24 Sept. zijn aangegeven 115 ziektegevallen van cholera en 66 sterfgevallen. Daarvan komen op gisteren 84 ziekte- en 87 sterfgevallen. Gisteren werden 101 zieken en 18 lgken vervoerd. Sedert' Zondagmiddag tot Maandagmiddag zijn te Hambnrg 126 choleragevallen voorgekomen, waarvan 47 doodelijk.

SPC | 1892 | | pagina 1