Zondag, 24 Juli. Ie iitfioïBrlai laars." Woordhollands Nieuws- en Advertentie-blad. - Acht-en-dertigste Jaargang» s» Armverzorging. KORTE STUKJES. Bureau Weerwal PUHMEREND. Advertentiën: Dienstaanbiedingen en Liefdegiften it 25 Gt. per 5 regels, it contant, elke regel meer 5 Ct., zonder korting voor Boekhandel of Postdireotie Vertrekuren Spoortrein. Dienstregeling 1 Mei. Gewone tijd. 11.08 I1 Stoombootd. Am8terd.-Purmerend Verschijnt DINSDAG en ZATPBDAO-. ibonnementsprgs 85 Cents per drie maanden, franco per poBt/ 1. Ldvertentiën in te zenden deB Maandags en Vrijdags tot 's middags 2 ure. Ingezonden stokken liefst vroéger. Advertentiën van 1—5 regels 75 Cts., elke regel daarboven 15 Cent. Van 3 plaatsingen, in eens opgegeven, worden eleohts 2 berekend. Bewijsntimmet s g t a t i s. Bij voortdurende plaatsing volgens nadere overeenkomst. Groote letters worden naar plaatsruimte berekend.. Van AMSTERDAM naar ENKHUIZEN. 6.- 6.10 6.26 a6?86 so a -O 03 O p 7'.48 8.07 8.17 8.27 ■SP 8.43 8.59 9.11 9.28 9.29 9.89 9?46 a.9.53 -o 8 9.12'10.20 Dins- .2910.83 41 .56 10.49 .08 .13 20 32 39 45 51 58 03 11.27 dags 1 1.07 1.18 1.26 1.85 1.42 1.48 1.54 2.01 2.00 rS 3 s3. V Amsterdam Zaandam Oostzaan ii Pnrmórend h Kwadijlc-Edam Oosthuizen Avenhom Hoorn Blokker Westwoud it Hoogkarspel Bovenk.-Grootebr. Ak. Enkhuilen. Van ENKHUIZEN nnar 8TAVOREN per stoomb. morg. 8. in verb, per Spoor v. STAVOREN naar LEEUWARDEN Van ENKHUIZEN naar AMSTERDAM. 02:6, .20 6-.14 .S31 45 6.31 2.20 2.27 2.33 2.39'4 2.46(4. 2.6114. 51 01 08 19 26 81 37 44! 10.05 10.21 10.32 10J3 10.49 10.59 11.06 11.18 11.25 11.31 111.3,7 111.44 6.37 6.47 6.59 49,7.18111.49 32, 11.82, 1 55, 12.51, V Enkhuizon 5.25 n Bovenk.-Grootebr.i 5.31 Hoogkarspel 5.38 n Westwoud '5.49 Blokker .5.55 Hoorn §^6.09 t, Avenhom "5 6.17 Oosthuizeu .9 6.24, Kwadijk-Edam. 6.84(8.20 Furmerend 6.4118.27 i, Oostzaan (8.88 „Zaandam 7.8.49 Ak. Amsterdam 7.22|9.03 snam. 4.65 en 'savonds 7.28. 6.25 en 8.40. 7.20' 7.271 7.84' 7.40 7.46 7.55 8.03 8.10 9.29 9.26 9.33, 9.40 9.48 9.53 9.39j 9.59 9.4510.05 9.51110.18 10.22 to cS T3 .<3 11.27 11.48 "O CS S .3 2.05 2.18 2.20 2.18 2.19 2.26 2.82 2.88 2.48 2.56 8.03 5.55 6.01 6.08 6.15 6.21 6.31 6.89 6.46 6.56 7.03 8 °55 9.05 9.18 9.29 9.87 9.48 10.30 10.41 2.30'8.13 10.4812.07 1.05 2.37 8.20 10.59! 11.19,2.48 3.32:7.14! 11.08 12 25(1.83 2.59i3:43;7.25;i0.0l 11.2012.37|1.60:3.13,8.67 i7.89'|10.18 Van STAVOREN naar ENKHUIZEN 's morg. 8.21,10.—, Van LEEUWARDEN naar STAVOREN 6.60, 9.—, Van AMSTERDAM Dagelijks (uitgez. Dinsdag Vm. 7, 9, 10.45, 12. Nmd. 2, 4, 0, 7,8.46. Des Dinsdags: Vm. 5,6, 7, 9,10.45,12. Nm. 2, 4, 0, 7,8.45 Van'PURMEREND Dagelijks (uitgez. Dinsdag.) Vm. 6.80, 8, 9.15, 11. Nm. 12.30, 2, 4, 6, 8.45 Des Dinsdags: Vm. 6.80, 8, 9.16,11. Nm. 12.80, 2, 4, 6,8.45 Des Zondags. Van AMSTERDAM 'a avonds 11 uur. 's nam. 4.84 en's av 7.80 8.07 en C.25 Onder bet groot getal vraagstukken, waarop bjj bet tegenwoordig streven naar eene redeljjke oplossing van wat men gewoon is de sociale quaestie te noemen, oen afdoend antwoord wordt gezocht door ernstige mannen van allerlei stuud eu richting, bekleedt 'dat, 't welk aan het hoofd van dit artikel prjjkt, eene zeer voorname plaats. Achtte de Maatschappjj tot Nut van 't Algemeen het noodig eene brochure onder zjjne talrjjke leden te verspreiden, waarin de oorzaken der armoede worden besproken en de middelen, waardoor zg gelenigd wordt op beter, dan tot heden, zou kunpen gelenigd worden, ook in .de »Niéuwe Gids" komt van de hand van den beer P. L. Tak een opstel voor, Armenzorg" getiteld. Ieder, die geen vreemdeling is in Jeruzalem, heeft aan deze enkele aanwijzing, aan dit in één adem noemen van »het Nut" en de Nieuwe Gids" genoeg om te weten, dat de wjjzen, waarop de schrjjvers de armenzorg wenschen ingericht te zien, nog al wat uiteenloopen. Dit kan ook niet wel anders. Immers iedereen spreekt tegenwoordig over armoede en wat er mee in verband staat, en al die meeningen komen in den regel alleen hierin overeen, dat de armoede bestaat en dat er wat'tegen gedaan moet worden. Hoe dit zjj, het viraagstuk Arm verzorging is thans aan de orde en zal het hoogstwaarschijnlijk vooreerst nog wel bljjven. Het is lang niet gemakkelijk een iedereen bevredigend antwoord te geven op de vraag: Wie is arm? Want stel, dat iemand zegt >Een mensch, wien het aan voldoende spjjs, woning en kleeding ontbreekt, is arm" don brengt een ander hem terstond in verlegenheid door de vraag: »Wat heeft 't woord voldoende hier voor beteekenis Wie gewoon is 'a middags op zjjne tafel verschillende soorten van vleesch 'te zien ver» schijnen, zou een maaltjjd, enkel uit rjjst, erwten of boonen bestaande, zeer onvoldoende noemen. Wie een huis bewoont met een heel of half dozjjn kamers, begrjjpt niet hoe zij 6) (Slot.) - Naar den schoenmaker Stoffel met de laara De gewaande keukenmeid had gek op» gehoord, eeret werd ze er kond van en toen deed het haar goed aan het hart. Met een zucht van verliohting fluisterde ze: „Kaplein Knalrood, kom maar aan dé dear, ge zult de laars hebben." Ze sloot het raam, deed de achterdeur open, greep de hand van den kapitein, voerde hem door de donkere gang naar de voorkamer en opende de dear, zoodat het volle lioht op ben beiden viel. „Alle heiligen van Zevenbergen, Mevrouw I" met deze woorden deinsde de onthutste kapitein eenige passen aohteruit. „Ja kapitein, ik ben de gewaande dikke Augusta van daar ginde san het kenkenraam en ik vraag a wel vergiffenis, dat ik kwaad van n gedacht heb 1" verklaarde ze plechtig met bevende slem. „Vergiffenis... mij P" stotterde de verblufte kapitein. „Ja, ik vraag u vergiffenis," herhaalde ze,'opende de kast, nam de laara er uit en zeide aangedaan: „Vergiffenis, kapitein, want ik heb een oogenblik het maken, die over niet meer dan één enkel vertrek te beschikken hebben, dat dan woon-, eet-, slaapkamer en keuken te geljjk is. En zoo zullen de meeningen over wat voldoende kleeding mag genoemd worden, ook verbazend verschillen. In den strikten zin van bet woord mag men dus alleen hen arm noemen, die zouden omkomen, als bun door de maat schappij niet de reddende hand werd toege stoken. Volgt daar nu uit, dat zjj, djie zich om hulp tot de maatschappij wenden, in dien zin des woords allen arm zgn? Men moge enkelege- vallen kunnen bjjbrengen van lieden, die hun leven lang op kosten van de maatschappij hadden geteerd en bjj hun dood in het bezit bleken te zjjn van eenige honderden of duizenden guldens, zulke gevallen bebooren stellig tot de uitzonderingen. In den regel zullen zg, die hulp vragen, die hulp wel hoog noodig hebben.- Het is echter ook waar, dat velen niet zonden behoeven te vragen, als zjj altijd de handen uit de mouwen gestoken en de tering naar de nering gezet hadden. Hoe dat zg, de armoede neemt toe, overal waar de ontwikkeling toeneemt; de scharen werkloozen zijn talrjjker dan voorheen. De vooruitsnellende maatschappij deelt in steeds ruimer mate hare weldaden aan meerderen uit, maar het aantal van heD, die hongerlijden, neemt toe naast het aantal van hen, die ver zadigd zgn. Deze laatste woorden zgu ont leend aan een werk van den tegenwoordigen Minister van Finantien. Indien ze in allen deele joist zgn, dan weten we nu, dat de armoede eene kwaal van bljjvenden aard is. Maar dan weten we tevens, dat naar de beste middelen om die kwaal te bestrgden, met inspanning van alle krachten en rusteloos moet worden gezocht.- Vraagt men nu naar de middelen, waarmee de armoede tot heden is bestreden, dan luidt het antwoord »Van het begin der Christelijke jaartelling af heeft de Kerk zich de verzorging dér armen aangetrokken en zg doet het tot den huidigen dag. Tot aan het begiu der vergeten, dat ge een man van eer zjjt bier is de laars, waaraan ik uwe bekentenis te danken heb en hier bier is mijne hand, wanneer ge die nog begeert, nadat ik een oogenblik aan n kon twijfelen »Uwe hand Mevrouw mag ik mijne ooren geloovenMaar Mevrouw voerde hem mee tiaar binnen, eloot de denr en leidde hem naar de canapé. „Laten we hier gaan zitten kapitein," zeide ze zacht, „niet alleen om de verzuimde thee, maar ook om antwoord te geven op uw aanzoek. En dat antwoord ia: dat ik n vereer en hoogacht en gaarne de uwe wil worden!" Het volgende half unr verliep voor de beide ge» lieven op ongeveer dezelfde wijre als even te voren voor Stoffel en Anguata'het half uurtje na detnur- kool met spek we onthouden ons das van eene verdere schildering. Alleen werd dit paartje na verloop van het half uur niet door een luid gebel en een krijschende vrouwenstem opgeschrikt, maar door iets anders, iets veel vreeseljjkere, namelijk door een angstig hulpgeroep nit de provisiekamer, zoo gillend en zoo sohril als slechts een vroow nit» brengen lean. Augusta schreeuwde met alle kraoht barer longen„Hulp, moord, brand, roovers, moor denaars, dieven, vuur, spoken, bnlp De gelieven sproDgen verschrikt op. Augusta, mijn dienstmeisje, is nog in de pro» 16de eeuw was het dus natnurljjk de Roomsch- Katholiéke Kerk* die zich uitsluiteud met de armverzorging belastte. Toen echter ontstond de Hervormde Kerk en deze nam dit lag voor de hand een gedeelte van de taak barer oudere znster over. Naarmate de Her vormde Kerk zich in een grooter getal af- deelingen splitste, werd de zorg voor de armen ook over eeu grooter getal Kerken" uitge breid, tepwgl het onderhoud van die hulpbe hoevenden, die tot geen Kerkgenootschap be hoorden, aan de burgerlgke gemeenten, d. i. de Burgerlijke Armbesturen werd opgedragen. Langzamerhand kwamen daar de inrichtingen van liefdadigheid, als wees-,' arm-, oude vrouwen* en mannenhuizen bjj .en dan vooral niet te vergeten wat men gewoon is de par ticuliere liefdadigheid te noemen. Zou het nn te verwonderen zgn, dat daar, waar de armenzorg aan zooveel verschillende corporatiën is toevertrouwd, die gewoonlgk niet samenwerken, maar ieder hun eigen gang gaan, niet juist de meest doeltreffeude middelen ter leniging van den nood worden aangewend De ondervinding heeft reeds lang geleerd, dat er op de tot heden gevolgde manier van armverzorging ontzaglijk veel geld is wegge smeten niet' alleen, maar dat er ook veei wordt gegeven, waar eene besliste weigering nood- zakelgk is. En die zoogenaamde particuliere liefdadigheid heeft, wat dit laatste betreft, érg veel op haar geweten. Een oud-cbristeljjk voorschrift omtrent het uitreiken van aalmoezen luidt: »Uw aalmoes zweete in uwe hand, totdat gg weet, aan wien gij geeft!" Welnu, dat oude voorschrift wordt door ben,- die bevoegd zgn om mée te spreken, waar het de armenzorg geldt, nog steeds als van hooge waarde beschouwd. En toch wordt er gewoonlgk niet naar gehandeld. Vele meer of minder vermogénden stellen er eene eer in, eiken bedelaar eene aalmoes te geven. Het komt echter nooit bjj hen op, eens onderzoek te doen naar' de omstandigheden, waarin de armen, die hen dageljjks of wekelgks bezoeken, verkeeren en of hunne aalmoezen werkelgk vieiekamer wat kan haar overkomen tjjn?" roept Mevrouw angstig. De dappere kapiteinstormt, in plaats van antwoord te geven, in volle uniform en op pantoffels de kamer nit en naar de provisiekamer, ra kt aan do deur en sohreeowt woedeed: „Verraad, bedrog hij is op slot, de arme meid ia opgealoten 1" „Hier ia de sleutel," zegt Mevrouw, die den kapitein nageijld ia. Augusta schreeuwt maar voort: „Hulp hel spookt roovers dieven ik sterf van angst I" Spoedig had de kapitein dedeur geopend en toen Mevrouw bijlichtte, zagen ze daar Augusta staan als een toonbeeld van angst midden ia de provisiekamer en nog steeds gillende: Hulp, het spookt, of er zijn roover» en dieven daar in den bierkelder „Wat ia er? Wat is er gebeurd?" „Er beeft iemand geniesd - heel laid en daarna hoorde ik flessoben rammelen en toen ik om hulp riep, hoorde ik duidelijk iemand de trap oploopen en op de deur bommen." „Groote God! Dieven in mijn bierkelder I" riep Mevrouw ontsteld. De dappere kapitein snelde weer ln plaats van antwoord te geven, haar den bierkelder en wilde er in gaan. „Opvlot", riep bij woedend, waarschijnlijk goed besteed worden. Zie, zulk eene lief dadigheid mag dien scboonen naam niet dragen; want zjj lenigt de armoede dikwjjls niet, maar doet de luiheid en wat daarmee in verband staat, met den dag toenemen. Maar ook de liefdadigheid, zooals zjj door de Cbristeijjke Kerk in den loop der eeuwen werd uitgeoefend, had hare bedeukelgke zjjdeeen Engelsch ge leerde heeft haar gebrandmerkt als het stelsel eener monsterachtige bedelarjj. Er bestaat evenwel eene particuliere lief dadigheid, waarop het bovenstaande volstrekt niet van toepassing is. Men vindt n 1. in sommige steden misschien ook op- dorpen vermogende mannen en vrouwen, die de armen in hunne woningen gaan opzoeken, zich met hnnne omstandigheden in keunis stellen en hen met raad en daad ondersteunen, niet enkel door bet uitreiken van gaven, maar zoo mogelijk door hun werk te verschaffen. Dit laatste gaat niet altgd gemakkeljjk, maar waar eenige of vele rjjken zich» tot dat doel vereenigen, daar kunnen zjj bewerken, wat aan ieder hnnner in 't bjjzonder niet gelhkken zon. Van dit beginsel is men uitgegaan te Rot terdam, waar eene «Vereeniging tot verbete ring van armenzorg" gevormd is. Utrecht en Amsterdam volgen 'dat voorbeeld sinds eenigen tjjd na en te Hoorn gaat men dezelfden weg op. Wat de Rotterdamsche Vereeniging wil, bljjkt o. a,'. nit het volgende: »Önderstand wordt nitsluitond verleend aan personen of gezinnen, die hulp verdienen. De hulp moet j meer zgu dan een aalmoes; ze moet den toe stand van den aanvrager ook op den duur verbeteren. Voorschotten bunnen verleend worden, indien de aanvrager twee goede bor gen aanwjjst. Zoolang de ondersteuning duurt, worden de belangen van het gezin aan'een vrjjwillige armbezoekster of armbezoekers toe vertrouwd." Dit is. dunkt mg, een stelsel van armen zorg, dat overal navolging verdient. Om het echter goed, d. i. algemeen te doen werken, is natnurlgk algemeene samenwerking noodig. van binnen gegrendeld." „Neen, bier ie de eleutel" zeide Mevrouw dee moedig. Do kapiteio dééd de deur open en ging den kelder in; hij h*d zijn sabel afgelegd, maar kende geen vrees. Met een dozjjn vloeken, watr een zeerob jaloers op geworden was, daalde hij de trap af. Hij kon niet zien, wien of wat hij voor zicb bad. maar bralde met stentorstem, terwijl hjj de vnisien baldeEr nit, kerel 1 bier, vervloekte spitsboef 1 hier, zeg ik jel kom op als je durft, of ik draai je hier in donker je nek om L'r „Tot uw dienst, kapiteinzeide een bevende etem. „Tot nw dienst Goed, kom op dan kom op, dan kan ik je zien „Tottotnwdienatkapitein" „Mijn hemel, Stoffel, kapitein, het is Stoffel'' riep de dikke Angnata, verschrikt en toch blij, bo ven aan do trap. „8toffel P" „Stoffel P" „Stoffel II" „Stoffel, mijn arme Stoffel 1" l)e kapitein pakte in het donker de zwarte ge stalte vóór zich bjj den kraag, sleepte hem de trap op en hield hem in het lioht op een armslengte af stand» van zich. v -

SPC | 1892 | | pagina 1