Woensdag, 9 Maart. en Advertentie-blad. Acht-en-dertigste Jaargang Geen werk. rsüMp» BUITENLAND. W* ->' k jUrl* (ft ^^pK' f,_5 pVSl sVjk/öH* w; Veraohijnt DINGBDAG en ZATUBDAG. ifcoanemnntaprija 85 Cents per drie maanden, franco per poet/1.— i tlrertentiën in te renden des Maandags en Yrijdags tot 's middags 2 ure. ^monden stokken liefst vroeger. A dvertentiën van 15 regels 75 Cts., elke regel daarboven 15 Cent» Yah 3 plaatsingen, in eens opgegeven, worden slechts 2 berekend. Bewijsnummers gratis. Bg voortdurende plaatsing volgen» nadere overeenkomst. Groote letters worden naar plaatsruimte berekend. Uitgever, Verantwoordelijk Hootd-Bedaoteur J. SCHÜITEMAKEB, Hoogstraat, PUBMEBEND. idvertentiën; Dienstaanbiedingen en Liefdegiften 25 Ct. per 5 regels, A oontant, elke Tegel meer 6 Ct., zonder korting voor Boekhandel of Postdireotie Zij die zioh met 1 April a.s. pP^ op dit blad abonneren, ont vangen. de nummers van heden ai tot dien datum gratis. Bed- s Purmerend. Door het Bestuur onzer gemeente is het volgende adres verzonden: Aan 1. Geven, Burgemeester en Wethouders der [gqgeente Pnrmerend, eerbiedig het navolgende te kennen Hetgeen „door den fleer Zgp, bg de behan- 'f feijng der motie van de hoeren Rutgers—Zjjp, ten opzichte van Purmerend in uwe vergade ring vau 4 Maart ji. gezegd is, mag, hoe ^ongaarne wjj U op nieuw met die zaak las tig vallen, niet zonder tegenspraak bljjven. De heer Zgp beweert, dat de gemeente Purmerend 86683.aan wik- en weegloon ea marktgeld heft, tegenover een uitgaaf van 21856.daarvoor raadplegende den door ons overgelegden, hierbjjgaanden staat, van ontvangsten en uitgaven het marktwezen be treffende over 1850 tot en met 1890, waarin de vermelding - van -aflossing van schuld niet beeft«wl*ats gèhad, omdat de kosten van daar- 'itelling reedsr in de buitengewone uitgaven geleden zjjn, de wijheid, nemende de uitgaven over die 41 jaren, tn doorslagper jaar te ,iberekenen en did te vergelgken met de opgaaf der ontvangsten van één der meest gunstige jaren; zonder ook voor de ontvangsten den doorslag over de 41 jaren te doen geiden, waardoor hg natuurlijk tot een voor ons ver pletterend, in plaats van tot het corres- pondeerend cjjfer van 24889.32 komt. Men zal ons toestemmen, dat deze wijze van balans-opmaking niet geschikt is om billijke gevolgtrekkingen te maken. De heer Zgp beweert verder, dat de ge meente een jaarljjksch inkomen heeft van 7200 «n landergen en andere bezittingen, zonder is Tekening te brengen wat die bezittingen, voor zoover 't huizen! zjjn, aan onderhoud losten. Er is onder anderen een gebouw bg, dat veel geld gekost heeft en om 't daarbjj gelegen erf, met 't oog op 't marktwezen gekocht is moeten worden en enorm veel meer aan onderhoud kost dan voor de rentabiliteit gewensebt is. In 1891 hield de gemeente er luttel weinig van over. Verder zjjn onder die 7200,— begrepen de inkomsten van een inschrgving op 't grootboek en van landergen, die met de opbrengst van marktgeld en van wik- en weegloonen niets hoegenaamd te maken hebben en (behalve een stukje land van ruim 3 hectaren), afkomstig van den verkoop van twee hofsteden in 1858 en reeds lang in 't besit der gemeente, vóórdat de bedoelde opbrengst eenig gewicht in de schaal kon leggen. Ter loops zjj opgemerkt dat de gemeente reeds in 1892, door de vermindering der weegloonen met 5 cents per 100 kilogram een "verlies gaat ljjden van pl. m. 1700. mitsgaders van pl. m. 1500.wegens de vermindering van het tarief der marktgelden Kenschetsend ter beoordeeling van de waarde die gehecht behoord te worden aan de ge- heele beweging, diene verder het volgende. De gemeente Pnrmerend was, op 1 Januari vau dit jaar, nog niet in 't bezit van de Koninklijke goedkeuring van baar besluit tot heffing van marktgeld en mistte dus het recht tot heffing, dat 81 December 1891 ver vallen was. Dientengevolge publiceerde het gemeente bestuur, tot driemalen toe, op de verschillende marktplaatsen; dat nog geen goedkeuring op het besluit tot heffing verkregen was, met uit- noodiging om vrijwillig te betalen. De daarvan opgemaakte verklaringen, van de personen met de aanplakking belast, gaan kierbf. Gunstiger gelegenheid, om tegen beweerde mishandeling, daar werkeljjk, te deraonstreeren, bestond er van de zjjde der boeren, dunkt ons niet. Welnu, tot beden den 2den Maart ont vingen wjj na herhaalde wjjziging het goed gekeurde besluit heeft, op één boor, nit Nienwendam, na. niemand er aan gedacht zich aan betaling te onttrekken, ofschoon in- stanteljjk order was gegeven geen marktgeld te eischsn, waarvan Uw medelid Zgp, die zelf Dinsdag 23 Februari j.l. zeven varkens te Pnrmerend markte en toen een oogenblik ver schil van - meening bad met zjjn afnémer, wie van beiden de zeven stuivers marktgeld voor de zeven varkens moest «betalen, zon kannen getuigen. Een relaas van den Inspecteur van Politie, die met het onderzoek der laatste zaak belast werd, gaat hierbjj. Aan Uw floog Edel Gestrenge, nu, het oordeel of er van kunstmatige opwinding tegen de gemeenten sprake is, ja of neen Wg hadden ons bepaald voorgenomeu, Uwe Hooge Yergadering bjj de behandeling der motie niet met adressen lastig te vallen en verlangen ook nu nog, niet geacht te worden door deze, op de al- of niet aanneming der- zelve te willen influeticeeren, maar verzoeken toch eerbiedig, van dit schrjjven, uitgelokt dopr, de beweriUgi van den heer J. Zgp Kz. kennis te willen nemen. Formerend, 6 Maart 1892» Burgemeester en Wethouders voornoemd (get.) C. YAN CITTERS. De Secretaris (get.) J. WORP. Europeesche hoofdsteden, de middenpunten van beschaving en weeldegeaot, reusachtige ver zamelingen van paleizen en van krotten, ver zamelplaatsen van het edelste wat deu mensch siert en vau het liederljjkste dat hem ver dierlijkt, daar spreekt men van zóóveel duizenden die zonder werk zjjn en zonder brood, van wie niemand eigenlijk weet hoe zjj voedsel bekomen, 't Is mogelijk dat er overdrijving heeracht in de berichten dien aangaande; ik ontken niet dat er een opge schroefd ellende-vertoon is waar te nemen bg die optochten, waaraan gewoonlgk niet de meest hulpbehoevenden hun medewerking ver- leenen; maar dat alles ontneemt niets aan den ernst van het feit zelf. Wat dat beteekent, weten vele onzer lezers, helaas! bjj eigen treurige ervaring. En indien zg tot de gelukkigen behooren, die zich nooit hebben te bekommeren over de yraag, hoe zjj hun arbeidsvermogen produc tief zullen maken, ter voorziening iu hun be hoeften en die van hun gezin, dan hebben zg toch ongetwijfeld door aanschouwing van het lgden van anderen kennis gekregen van de ellende, die het gevolg is van werkgebrek. Geen werk! In die twee kleine woorden, elk van vier letters slechts, ligt een wereld van jammeren opgesloten. Kloeke, flinke man nen, die niets liever wijlen dan zich wjjden aan geregelden arbeid, wetende dat de mensch op de wereld is om door inspanning van zjjn krachten bg te dragen tot den bloei der maat schappij mannen, voor wie het gewjjde woord In bet zweet uws aanschgns zult gjj nw brood eten, geen veroordeeling is maar een op wekking tot getrouwe en bljjmoedige plicbt- vérvnlling, zulke eerlijke, brave mannen te zien nederzitten in doffe ledigheid, of te zien slenteren langs de straten, met de flauwe, telkens teleurgestelde hoop iets te zullen vindon dat hun, zjj het ook slechts tgdeljjk, eenige loonende bezigheid versohaft, terwjjl echtgenoote en kinderen, met honger in de blikken en ontbering op de kaken, niet durren klagen om de smart des vaders niet nog vljjmender te maken, 't is een vreeseljjk schouwspel. Eerst werden sieraden, aange kocht in de dagen van welvaart, en waarmede men de woonkamer tot een aangenaam ver- bljjf had gemaakt, verwisseld voor weinig guldeus om den nood het hoofd te bieden daarna volgden onmisbare voorwerpen van kleeding en huisraad denzelfden weg, thans is er niets meer van waardeEn nog is geen uitkomst zichtbaar. Werkeloosheid is inderdaad een geesel der hedendaagsche maatschappij. Ik ,durf niet zeggen of men daar voorheen ook zoo mee te worstelen had; zeker zullen zich ook toen niet zelden gevallen hebben voorgedaan als in bovenstaande regelen werd geschetst. Maar bet kwaad is algemeen geworden, bet vertoont zich meer op groote schaal. Vooral in de Maar geen werk? Ja toch, er is wèl werk, werk in overvloed. Wat is er niet veel verwaarloosd, dat dringend voorziening eischt. Ziet in diezelfde groote steden, waar een reu zentaak te verrichten is om de eischen der gezondheidsleer tot hun recht te doen komen; waar onbewoonbare, tochtige, vochtige, ver vuilde »hnizen" de gezinnen der armen een ellendig onderdak verschaffen. Ziet op het platteland, bg ons in Friesland bjjyoor- beeld, doch in nog veel erger mate in het buitenland, waar door slechte verzorging van den bodem de vruchtbaarheid afneemt, de oogsten immer schraler worden. Ziet zelfs in de /huisgezinnen, 'waar nóg het dringendste niet gedaan wordt om de kinderen rein én hun kleederen heel te houden. Niet te wer ken? Lieve hemel, indien elke man en elke vrouw belast kon worden met een taak naar vermogen, dan zónden nog véle jaren voorbij gaan eer men zich door het allernoodigste had heengeslagen. En nu kan men staathuishoudkundige be schouwingen leveren van groote diepzinnig heid over de oorzaken van het werkgebrek: die ééne oorzaak mag, als de voornaamste, niet uit het oog worden verloren, dat m6n het middel mist om de arbeidskrachten aan te wenden daar, waar zjj het meest noodig zjjn. Daar kan geen économisch stelsel iets aan veranderen, geen staatscommissie iets aan doen. De veldarbeiders trekken naar de Bteden om op de fabrieken of bjj bouwwerken te gaan arbeiden, en laten bet veldwerk onaangeroerd. De vrouwen en meisjes verlaten het hnis, waar zooveel voor haar te doen is, en loopen ook al naar de fabrieken. En daar komt overvloed van handen, er wordt te snel ge produceerd, meer dan de jnarkt dragen kan; dan volgen groote prijsverlagingen die de winsten der industrie doen verloren gaan en tot staking van het bedrjjf noodzaken, zoodat de honderden, die daar ten arbeid kwamen, broodeloos worden. Een, andermaal is er, door bijzondere* omstandigheden, plotseling vraag naar eenig artikel op groote schaal; al wat los en vast is wordt aangeworven, men werkt, met koortsige haast, veertien, zestien uren per etmaal, zoolang als het duurt, want de eensklaps ontstane behoefte is ras bevredigd, en even snel treedt een période van stilstand in. Of wel, ean bouwondernemer heeft terrein gekocht, fluks moeten een zeker aantal woningen te voorschijn worden getooverd om ze te ver- koopen nog vóór zg klaar zjjn ten einde geld te krjjgen voor nieuwen speculatiebonw drommen werklieden worden overal vandaan gehaald, voor eenige maanden wordt flink geld verdiend, als er maar spoed achter zit. Nauw is de zomer ten eind, of het werk is geleed, vraag niet hoeen de arbeiders kannen gaan leegloopen. Er zou, verbeeld ik mg, wel iets te ver beteren zjjn aan een voor velen onhoudbaren toestand, als men kon besluiten wat rustiger, wat geregelder te arbeiden. Dan bad men minder te doen met verplaatsing van werk krachten, met opeenhooping van lieden met wie men later geen raad weet. En wat de groot-indnstrie aangaat, die is er nu eenmaal, met haar onmiskenbare voordeelen voor de samenleving, tegenover welke echter ook ernstige nadeeien staan die men niet bjj machte schjjnt op te heffenhaar beperken, ten einde terng te keeren tot het handwerk van vroeger, zon een onbegonnen streven zjjn. Doch één ding zon voorzeker wel aan té bevelen zjjn om voor bet lot der mannen, dié van den fabrieksarbeid moeten leven, meer zekerheid te bezorgen, en om het loon te houden op een peil, dat veroorlooft op voldoende wjjze iu de behoeften te voorzien, nameljjk de vrouw terng te geven aan het huisgezin, waar zjj volop nuttigen arbeid ban vinden Haar concurrentie op de arbeidsmarkt is niet een der geringste oorzaken van werkgebrek. Ik heb dat punt meermalen besproken: - Wie eenigszins bekend is in de gezinnen van fabriekarbeiders, weet zeer goed dat een hoofdoorzaak vau minder gevrenschte toestan den daar is, dat de vrouw öf mede ten arbeid gaat, öf dit voor haar buweljjk deed, zoodat zjj niet geleerd heeft zich in haar huis thuis te gevoelen of de eenvoudige, maar toch zoo dringend noodige bekwaamheid mist om daar haar taak naar behooren te vervullen. Yoorts moge ieder, die gelegenheid heeft op de arbeidsverdeeling, al is het ook maar een geringen invloed, nit te oefenen, daartoe het" zjjne doen. Groote, algemeen ingrgpende middelen om eenig kwaad te keeren worden niet zoo- licht aangewend, omdat er ie veel- voorbereiding noodig is die de overeenstem ming van velen vereiaebt. Wat in het klein gedaan kan worden, heeft groote waarde, als velen het doen. Waarom zjjn we, om iets te noemen, altjjd zoo haastig bjj het doen van bestellingen, bjj het opdragen van werkzaamheden, waarom willen we alles in ééns gedaan hebben? Er zjjn tjjden in het jaar dat ieder roept om ambachtsliedende patroons weten geen raad om aan alle wenschen te voldoen, zg moeten extra-mUUnen in dienst nemen, ter nauwer- nood bruikbare, soms heel onrgpe krachten bezigen. Yerdeel uw werk watdenker aan, Idat zeer vroeg in het voorjaar of bg den aan vang van het wintersaizoen de ambachtsman ook gaarne wil werken. Wilt gjj een kamer doen opknappen, waarom juist in Mei, als iedereen roept, en niet liever in Februari of Maart, als gjj er een paar huisgezinnen mee voor armoede kant vrjjwaren? Kleine middelen, zal men zeggen. Toege geven. lUdien u misschien kans ziet, de groote aan te wenden, die door de mannen/Van de wetenschap worden aaubevolen, zooals daar zjjnalgemeene invoering van het vrjjbandel- stel8el, belangrjjke vermindering van de mili taire fóerustingen, waardoor meer geld be schikbaar komt voor openbare werken, regeling van de waardeverhouding tusschen goud en zilver, die meer vastheid aan de markt en zekerheid voor den afzet van pro ducten zal geven, ga dan nis je blieft uw gang, hoe eer hoe liever. Zjjn wjj daartoe niet bjj machte, laat ons dan ten minste het kleine beproeven, op hoop van zegen, West-Fkiso. FramsLXlJbu «SS >n\ De verklaring van bet nieuwe kabinet ie in de kamer van afgevaardigden voorgeleien door den heer Loubet, in den senaat door den heer Ricard. Zij luidt in hoofdzaak ala volgt s Het kabinet ontveinst zich niet de moeielijkheden zijner taak. Door de duidelijkheid zijner Verklaringen wil het de wetgevende macht ia de gelegenheid eteiien, reeds van den aanvang af te verklaren of het op haren ateun kan rekenen. De minister las daarna de stukken voor, waarin door het vorige kabinet aan den Heiligen Stoel worden ontvonwd de moeilijkheden om het con cordaat te doen eerbiedigen, indien de bisschoppen voortgingen met zulke algemeen veroordeelde stappen. De Paus beloofde daarop - een einde te maken aan de betoogingen der bisschoppen en den ver- kieiingsoatechismus te aehoraen. W

SPC | 1892 | | pagina 1