Woensdag, 27 Januari ,v._Verschijnt DPTOBDAQ an ZATPBDAQ. 1 b onneme.n t s pr jjsfl5 Cents pér drie maanden, franco per poet li Advertentiën in te zenden des Maandags én Vrijdags tot 'a middags m Ingezonden stukken liefst vroeger. /V};.,,-- Advertentiën Tan 1—5 regols 75 Cts., elke regel daarboven 15 Cent. Van 3 plaatsingen, in eens opgegeven, worden slechts 2 berekend. Bewijsnummers g r a t i s. Bij voortdurende plaatsing volgens nadere overeenkomst. Groote letters worden naar plaatsruimte berekend. Uitgever, Verantwoordelijk Hoold-Bedaotenr J. SCHUITEMAKER, Hoogstraat, PURMEREND Advertontiën: Dienataanbiedingen en Liefdegiften A 35 Ct. per 5 regels, A contant, élke regel meer 5 Ct., zonder korting voor Boekhandel of Postdirectie J Vertrekuren Spoortrein. Van AMSTERDAM naar ENKHUIZEN Dienstregeling 1 October. lO'M Ui mt 4 2 - Stoombootdienst AmstercUPurmerend Onze kinderrijmen. Niéiiws» ëii Advertentie-blada >- Acbt-en-deirtigste Jaargang* Van ENKHUIZEN naar AMSTERDAM. V Amsterdam 6.— 6.45 9.12 ,10.20 Dins- 8.04|6.~ 1.0:-: v Zaandam 6.16 7.03 8.07 9.31 10.38 dags. 3.236.14 1D:16 u Oostzaan 6.26 7.13 8.17 9.41 S>' 3.88 10.26 u Purmerend a6.86 7.25 8.29 S.66 10.60 1:-— rry 3.46 6.31 1088 s Kwadijk-Edam 7.3j 1.07 i 3.61 6.37 10.44 g Oosthuizen SP §e 15 .2 P 09-, 1.18 4:01 6,47 10;54 ii Avenhorn 7.48 10.20 1.26 4.08 11.01 g Hoorn 7:57 *1 10.82 li.08 T.85 2.20 4.19 §;69 11.13 Blokker 8.04 S' 10.39 1.42 2.27 4.26 11.20 n Westwoud 8.09 1Ó.44 1.48, 2,83 4.31 11.26 Hoogkarspel 8.15 10.60 1.64' 2.39 4.37 11.32 n Bovenk.-Grootebr. 8.22 10.57 - 1 2.01 2,46 4.44 11.89 ik. Bnkhnisen 8.27 11.02 11.27 2.00 2.51 4A9J7.18 11.44 V Bakhuizen 5.25 7.80 V Bovank,:-Grootebr. 6.81 7. Hoogkarspel 5.3817.84 .Westwoud 5.49 7.4o Blokker .5.55 7.46 Hoorn ^6.09 7.55 Avenhom 6.17 8.08 Oosthuizen .2 6.24 8.10 Kwadijk-Edam. 5=1 6.34 8.20 Purmerend 6.41 8.27 Oostzaan I 8.88 „Zaandam 7.02 8.49 Ak. Amsterdam 7.22 9.08 9.20 9.26 9.33 9.89 9.45 9.5i 5 tl 9.40 11.27 2.13 6.65 8 56 9.46 SP 2.19 6.01 9.58 •0 2.26 6.08 9.05 9.69 R 2.32 6.15 10.06 OO a ti 2.88 6.21 10.13 11.48 s 2.05 2.48 6.81 9.18 10.22 n 2.18 2:66 6.39 10.30 2.20 3.03 6.46 9.29 10.41 2.80 8.18 6.66 9.87 10.49 12.07 1.05 2.87 3.20 7.03 9.48 - 1.19 2.4818.82 7.14 11.06 12 26 1.83 2.69 8.43 7.25 10.01 11.19 12.87 1.50 3.18 8.57 7.39 10.18 Van AMSTERDAM Dagelijks (behalve Dinsdag) Vm. 7, 9, 10.45, 12. Nmd. 2, 4, 6, 7, ure. Des Dinsdags: Vm. 6, 6, 7, 9,10.45, 12. Nm. 2, 4, 6, 7, ure. Van PURMEREND Dagelijks (behalve Dinsdags. Vm. 6.S0, 8, 9.16, 11. Nm. 12.80, 2, 4, 6, ure. Des Dinsdags: Vm. 6.80, 8, 9.15, 11. N'm. 12.80, 2, 4, 6, ure. Van ENKHUIZEN naar STAVOREN pér stoomboot morg. 8.32* 11.82, 'anain. 4.56 en 'savonds 7.28. Van STAVOREN naar ENKHUIZEN 's morg. 8.21,10.—'s nam. 4.84 en's a v 7.80 in verbinding per Spoor v. STAVOREN naar LEEUWARDEN ~H 9.65, 12.61, 0.25 en g 8.40. Van LEEUWARDEN naar STA VOREN 7.9.8.07 en 6.25 i ..ii i'i .1 - ii Voorui^ang. Bjj alle onaangename dingen, die men aan» houdend, jaar in jaar uit verneemt met be trekking tot den omgang des menschen onder ling, is het toch een troostrijke gedachte, dat zjj meer belang schjjnen te gaan stellen in elkanders lief en leed, zonder dat juist.relaties van bloedverwantschap of vriendschap daartoe aanleiding geven. Er is in de wereld, of. laat mg liever zeggeu in de maatschappij, in hooge en lage kringen, schandelijk veel zelfzucht 'nog bg zéér} velen geldt het als eenbewgs van gezond verstand en vanpractischen zin* dat zjj zich honden'aafe""dè. leer, zootWfïegd Uit gedrukt in gezegden als: Het Tiéindf is nader dan de rok, een ieder is zichzolven't naast, elk voor zich en God voor ons allen, maar tevens wordt, als ten minste sommige versehjjuselen mg geen al te optimistische voorstelling van de werkelijkheid geven, het besef levendiger, dat de moderne opvatting van het zedeljjk en maatschappelijk leven andere en hoogere eischen stelt, en tracht men met die eischen meer dan tot dusver, rekening te houden. Sterk openbaart zich die ruimere toepassing van het Christeljjk beginsel ten aanzien van het vraagstuk der armenverzorging, en nog in iets anders, waarvan ik aanstonds spreken zal. De vraag: Hoe zullen we het best armoede lenigen en verarming bestrijden? is reeds lang gesteld: zoover mg heugt werd er over ge sproken en geschreven. In vroegere tjjden dacht men daar zoo niet over: naarmate de menschen dineer of minder milddadig gestemd waren, gaven $jj een aalmoes aan wie er om vroeg, daarbjj tevens het oog gericht houdende op een toekomst waarin hun met flinke rente' zou worden vergolden wat zjj thans den armen offerden. Do ware vroomheid, heel iets anders dan zekere speculatie in goederen, die men op die wjjze winstgevend trachtte te maken ter plaatse waarheen men ze eigenlijk toch niet kon meenemeD, ontbrak aan die handeling; maar bovendien werd er minstens evenveel kwaad als goed mede gedaan, dewjjl het aan tal bedelaars met of zonder werkelijke of na gebootste lichaamsgebreken er verbazend door aanwies. Sommige gegoeden hielden er een bepaalden arraendag op namen zag dan ge- heele processes van in lompen gehulde, bjj uitstek morsige vrouwen van het eeue huis naar het andere trekken, waar een bediende aan elk een- stukje kopergeld-uitreikte. Derge lijke weldoeners stonden bg huu medeburgers hoog in aanzien en daar was het ook voor namelijk om te doen. Men had er geen besef van, dat op die wjjze alle gevoel van schaamte, alle bewustheid van menschenwaarde bjj de aldus begiftigden werd uitgedoofd, zoo zelfs, dat door ruwe scherts aan den treurigen optocht zekere gezelligheid werd verleend. En wat er met die gaven ge daan werd, voor welke doeleinden de armen die aanwendden, daar lette men in 't minst niet op. V-an dat euvel zgn de buitengewone spjj- zigingon, sedert eenige jaren bjj felle winter koude in zwang gekomen, niet geheel vrjj te spreken. Ongetwijfeld, onder buitengewone omstandigheden moet men veel over 't hoofd zien, dat anders Vel degèljjk in aanmerking behoort te kotneh, en hét is gemakkelijker critiéfc uit te oefenen op hétgeen geschiedt dan er iets béterd en meer doeltreffends vppr in de plaats te stellen. Toch sluitemen het oog niet voor .dé onmiskenbare nadoelen tan dézen vorm i yaii hülpverstrekking, en Hl^ve men ernstig zoeken naar het betere. Ik; heb het bijgewoond, dat d#lui elkander mei een vrooljjk gezicht uitnoodigden om mee te gaan naar deSociëteit",' zjjnde het lokaal der brooduitdëeling, en rondweg verklaar ik, niets kon mjj droeviger stemmen dan deze galgen-, humor. JEöO^ ÖBaere, bg onze raderen zeer ge- braikeljjke manier van weldadigheid uitoefenen was het vormen, bjj testamentaire beschik king, van stichtingen, waar oude lieden huis vesting en eenige geldeljjke ondersteaniug konden erlangen, in zoogenaamde hofjes. Het motief nu eens daarlatende, niet zelden was het een middel om zgn naam en dien zgner huisvrouw" te vereeuwigen, was het middel zoo kwaad nietalleen de fout werd begaan dat dé inrichting tot in de kleinste bijzonder heden werd vastgesteld, alsof de weldoeners er prjjs op stelden na hun dood baas" te blgven, zoodat het niet mogelyk is thans er die veranderingen in te brengen die een ge wijzigde zienswjjze wenscheljjk acht. De Kerk heeft ten allen tjjde veel gedaan om liet werk der armenverzorging te orga- niseeren, zoodat in ons vaderland vooral deze moeielgke taak voor een belangrijk deel op haar schouders rust. Maar uitzonderingen niet meegerekend, viel het voornaamste, dat daarbjj te verrichten is, buiten haar ge zichtsveld; als de bedeelden" maar geregeld de godsdienstoefeningen bjjwoonden, was aan de hoofdvoorwaarde, onder welke oadersteu- nigg wordt verleend, voldaan. Een krachtig ingrjjpen, tengevolge waarvan de arme tpt die mate van zelfstandigheid wordt gebracht, noodig om eenmaal zonder steun door het leven te gaan,een met ernst aangevangen, met volharding voortgezette opvoeding van den arme èn van zgn gezin, daartoe bleek en bljjkt. nog de kerkelijke armverzorging in de meeste gevallen onmachtig. Ook oefent de splitsing der kerkgenootschappen, de schei ding van verschillende groepen van geloovir gen op de samenwerking, vooral in deze zaak zoo noodig, een noodlottigen invloed uit. Men treedt niet met elkander in overleg, men werkt niet naar een vast stelseloogenbiik» kelgke leniging van armoede is het hoogste doel, dat men tracht te bereiken. Nu is juist in de laatste jaren een bewe ging ontstaan, om het. mindere niet versma dende, wat meer te streven naar het meerdere, door een organisatie op gfbnd van samen- j werking. Men ziet in, dat we op de oude- wjjze niet verder komen, dat het weerstands^ vermógen tegen de armoede niet toeneemt. Om daartoe te geraken is Het noodig, elk geval op zichzelf te behandelen naar een vast plan, een alles beheerschend beginsel, waarbij niets aan het toeval wordt overgelaten. Tal van personen worden opgeroepen en bereid bevonden om een klein getal arme gezinnen, hoogstens vjjf, te verzorgen met aanwending van de middrion, die do liefdadigheid to hun ner beschikking stelt, zoodat er een band ontstaat tussohen de behoeftigen en een be paalden verzorger, die alles doet wat in zgn vermogen is om die gezinnen, zoowel zedeljjk als stoffeljjk, »in beter doen" te brengen. Welk een heerljjk arbeidsveld voor mannen eg. vrouwen, die over vrjjen tjjd mogen be- êtinikken, en dezen ten bate hunner mede- njjènscheu willen bennttigen. Gaat in tot de armen,wordt huü toegeroepen: wacht niet tót zjj u komen zoeken. De ware menschen- liéfde bestaat in het geven van zichzelf, on gevraagd; haar schoonste triomf is, een on- /geHkkjge j>p.Je;.vap,. onmacht, een maatschappelijk kranke- gezond te maken, en alzoo een brandpunt van pau-, perisme te reinigen en te ontsmetten. Een ander bewjjs dat levendiger besef van sociale verplichtingen doordringt, vind ik iD don arbeid, die thans in vele steden wordt verricht onder de jeugdige werkliedenbevol- king, inzonderheid van de fabrieken. In een gezellige kamer komen een klein getal meisjes, die overdag voor haar onderhoad hebben gewerkt, des avonds bgeen. Zjj ont vangen daar onderwijs in huiselijke bezigheden vrouwelijke handwerken, vau een ander meisje uit hoogeren en meer beschaafden bringl even wel niet op de wjjze, zooals dat in de school geschiedt, doch onder meer vrjje vormen. Er wordt met haar gepraat over allerlei dingen, waarin zjj belang stellen, zoodat zjj gewoon worden aan een anderen toon, dan zjj meestal onderling bezigener wordt wat verhaald of j .voorgelezen, en zjj krjjgen een geschikt boek mee naar huis. Dezelfde jonge dame/die als leidster en voorgangster meer nog dan als oaderwjjzères optreedt, bemoeit zich ook zoo veel mogeljjb met de gezinnen waartoe de meisjes behooren en tracht ook daarop een invloed ten goede uit te oefenen. Op ongeveergeljjke wjjze hebben beschaafde jonge mannen rich de belangen aangetrokken i van de werklieden in hun omgeving, door hun een gelegenheid te openen lot nattige werkzaamheden gedurende de avonduren., Ter- wjjl meer en meer de lagere school en het herhalingsonderwijs de grondslagen legt voor een verstandelijke ontwikkeling, die een der voorwaarden van het mensch-zjjn in de volle beteekenis uitmaakt, wordt alzoo de begeerte naarkennis opgewekt en bevredigd tevens, door gemeenschappelijk lectuur, door bespreking van wetenswaardige zaken. Langs dezen weg worden staatsburgers gekweekt, die ook in nederige kring hun omgeving tot sieraad vérstrekken worden dé maatschap pelijke klasseh nader tot elkander gebracht, opdat zjj gezamenlijk, met erkenning van eikaars rechten, met waardeering van eikaars gevoelens en met een hart voor eikaars be langen, kunnen werken aan een vreedzame oplossing der maatschappelijke strijdvragen. Wie daartoe medewerken, zgn de ware vrede stichters. v W est-Fhi80. Slot. Een ander voorbeeld levert het hierboven medegedeelde rgtn van »zwanen, witte zwa nen". Ook dit is zeer verbreid eu bevat her inneringen aan heidensche voorstellingen. Dit alles in bijzonderheden aan te toouen, zon te veel plaats vereischen. Ik vermeld dus alleen dat Engeland hier het verbljjf is eener Ger- maansche godin, het lichtrjjk, waar de zielen der afgestorvenen en der ongeborenen te mid den van heerlijkheid en bloemenpracht ver toeven. De toegang tot dit doodenrjjk staat niet altoos open. Men kan zich dien slechts verschaffen met een bjjzonderen sleuteleen been of een knokkel. Men stelt-zich voor, dat het ligt onder een hoogen glazen berg, en de doode, die in het lichtrjjk wil komen, .heef)* dps paarden en .-wagen noodig. om den top te berèiken. Met deze overlevering hangt ook sam6n het spel »Wie zit er in 's Konings hnisje 'b Konings dochtertje. Hoeveel kinderen heb je Zeven. Mag ik er een van hebben Neen, zoo zeker niet. Dan zal ik er een van stelen," en dat van: »Er zit er een in den gouden 'ketel,V;/-?- Die kan naaien, die kan braaien, (d. i. breien) Die kan mooie poppetjes maken. Links, rechts, Hou je rechter knokkel weg." De berg is hier^vervangen door een paleis, door een ketél, zooals elders door een toren. De godin zit te spinnen, omringd door de zielen der nog ongeborenen. Het -liohtrjjk .is gesloten en de zielen kunnen het niet ver laten, tenzjj een knokkel het heeft geopehd. Ook de zéér onzinnig schjjnende rgmen, die beginnen met »Een, twee, drie, vier, vjjf, zes, zeven, Anna mét de lappen kwam mg tegen," hebben betrekking óp dezelfde mythe. Mg dunkt dit is genoeg om te doen zien, dat wg ook nit onze kinderversjes nog leeren kannen, en dat het das de moeite loont ze te verzamelen. Natuurlijk is niét alles ^be langrijk en niet alles oud, maar dat is van te voren niet nltjjd te bepalen. Wellicht bljjkt dat wat wg eerst voor waardeloos hielden, i toch wel degelijk waarde bezit. Èn nu kom ik met een verzoek tot allen, die dit stukje lezen. Ik tracht in het belang der wetenschap zoo mogelgk alle Noord- Hollandsche kinderspelen en rjjmen bgeen te brengen, en dat is mg zonder nw hulp on- mogelgk. Sommige streken zgn arm aan deze merkwaardige overblijfsels uit den Voortijd, ons gewest is er juist zeer rjjk aan. Uit mgne geboortestreek, de Zaanlanden, heb ik met anderer hulp reeds omstreeks 500 ver schillende rjjmpjes en spelen van allerlei aard kannen opteekenen en dps van ondergang redden,. Ik reken nu op de bereidwilligheid van zeer velen in de overige deelen onzer provincie, opdat over eenigen tjjd eene bjjna volledige verzameling van Noord-Hollandsche kinderrijmen het licht kan zien. Het is hoog tgd, dat ze opgeteekend worden over 25 jaar is wellicht veel verloren van wat na nog be kend is. Iedereen kan daarbjj behulpzaam zgn. Men neme slechts de kleine moeite van een paar der rgmen, die men kent, op te

SPC | 1892 | | pagina 1