WOPMER'S MAANDBLAD Ie Jaargang. 15 MEI 1923. Nummer 3. Gratis advertentieblad voor de gemeenten WORMER en JISP. Uitgave van Ku jper's Boek- en Handelsdrukkerij Wormer Postrekening no. 44637. DE BLAUWE WEEK. Ons volk geeft, volgens de laatste gegevens per jaar 360.000.000 uit aan alco holische dranken, dat wil dus zeggen 1.000.000 (zegge één millioen gulden) per dag. (Buiten deze ga neenten woonachtigen kunnen zich abonneeren voor f 0,75 per jaar porto en administratiekosten). Advertentiën i 10 regels 1,elke regel meer 0,10. Bij driemaal plaatsing wordt tweemaal in rekening gebracht. Bij contract van 500, 1000 of 2000 regels belangrijke korting. In 't geheele land wordt vanaf Hemel vaartsdag tot de 2e Pinksterdag door de drankbestrijdersorganisaties van verschillen de richtingen de „Blauwe Week" gehouden. Daar ons blad juist midden in deze „Blauwe Week" uitkomt, laten wij het ter gelegenheid hiervan gedeeltelijk in 't blauw verschijnen. De heer J. Duinker van Zaandam, in deze omtrek geen onbekende, schreef een be schouwing over het doel en wezen dezer Blauwe Week" hetwelk we voor deze .maand als hoofdartikel plaatsen. Red. Hoewel de drankbestrijders van allerlei richting het heele jaar door trachten de menschen voor hun beginsel te winnen, is het de laatste jaren gewoonte geworden van Hemelvaartsdag tot en met den 2en Pink sterdag de z.g. Blauwe Week te organiseeren natuurlijk met de bedoeling in dien tijd de propaganda met extra kracht te voeren. Ook dit jaar staat dit weer te gebeuren. Ook nu weer zal het Blauwe Bloenipje allerwegen te koop worden aangeboden, -zullen overal doeken met spreuken worden opgehangen, platen worden aangeplakt, ver gaderingen en meetings worden belegd. Is het alcoholisme nu inderdaad wel zoo erg, dat aan de bestrijding er van zooveel tijd, geld en moeite besteed moet worden? Wij meenen-deze vraag in alle opzichten bevestigend te moeten beantwoorden. Laten ■we de feiten maar eens even laten spreken. Tracht U daarvan eens even een heldere Voorstelling te maken. Zoo erg had U het zeker niet verwacht! Nu is het nog niet eens erg genoeg, dat dit geld voor nuttige inkoopen verloren gaat, hi ruil er voor krijgt men bovendien nog een stiouin van ellende te verduren, die Weer ettelijke nieuwe millioenen te bestrijding vergt. Het levensgeluk van honderden en dui zenden mannen, vrouwen en kinderen wordt meedoogenloos verwoest, een onnoemelijk aantal ziekten en ongelukken wordt door den alcohol veroorzaakt, krankzinnigheid en misdadigheid zijn er maar al te vaak het gevolg van enz. enz. Het zondenregister van den alcohol is zoo groot, dat we nog wel een tijdje zouden kunnen doorgaan, maar U begrijpt wel, wat we bedoelen en kunt, wanneer U eens een tijdje op deze dingen gaat letten, het lijstje zelf wel aanvullen. We krijgen dus eerst een uitgave van honderden millioenen aan drank, bier en wijn; vervolgens al de bovengenoemde persoon lijke, huiselijke en maatschappelijke ellende en ten slotte een bijna niet te ramen bedrag; uit te geven aan armbesturen, ziekenhuizen, krankzinnigengestichten, politie en justitie, opvoedingsgestichten enz. enz. En dat in een tijd als de onze, nu be zuiniging op aües en nog wat aan de orde van den dag is. Er is dus allerzins reden, het alcoholisme zoo radicaal mogelijk te bestrijden. Het is altijd moeilijk geweest de menschen voor den drankstrijd warm te maken. Het nut van de politieke- en economische acties der diverse partijen en vakvereenigingen wordt hoe langer hoe meer ingezien. Vooral aan hen, die het op dit ondermaan- sche niet al te best getroffen hebben is vrij gemakkelijk duidelijk te maken, dat de maatschappelijke verhoudingen veranderd moeten worden en al snappen ze de zaak nog niet in de finesses, ze voelen, dat hun belangmeebrengt deze organisatiestesteunen. Voor de groote massa is nu eenmaal persoonlijke ontevredenheid een groote factor om tot een politieke- of vakvereeiging toe te treden. Worden zulke nieuwelingen dan in goede richting geleid, dan krijgen ze langzamerhand wat meer inzicht in de zaak en gaan ze gevoelen voorliet ethische, het echt algemeen maatschappelijke van de beweging en ze groe- en uit tot bewuste strijders, die zich met hun kameraden solidair gevoelen. De drankstrijd staat er heel anders voor. Wij hebben aan ons publiek geen per soonlijke voordeelen aan te bieden. Wij kunnen niet speculeeren op het egoïstische element, dat toch in ieder mensch aanwezig is. Wij komen onomwonden verklaren, dat we strijden voor het heil van onze naaste en dat we van hen, die tot ons komen ver wachten, dat ze lust zullen gevoelen aan dien strijd deel te nemen. Een mooi beginsel en een mooi doel al- zoo, maar niet erg aantrekkelijk voor hen die alleen voor zich zeiven willen werken. Vooral hierdoor komt het, dat het altijd zooveel moeite heeft gekost de menschen voor onze toch zoo eenvoudige zaak te winnen. Een tweede bezwaar is misschien, dat we zoo veeleischend zijn. We zijn niet tevreden, als iemand dage lijks of wekelijks een borrel minder drinkt ook zelfs nog niet, als hij jenever en brande wijn door bier of wijn vervangt. Wij eischen van allen die tot ons komen, dat ze zelf geen alcoholische dranken zullen gebruiken maar ook, dat ze deze niet aan anderen zullen schenken. (In dienstbetrekking en bij Godsdienstige plechtigheden uitgezonderd) Dwang alzoo? Absoluut niet! Iemand wordt lid als hij meent dat ons beginsel goed is. Men aanvaardt eerst vrij willig liet beginsel en komt dan tot aan sluiting, ten einde vereenigd met anderen krachtiger te staan. Men iaat dus niet den drank staan, omdat men iid van een onzer organisaties is ge worden, maar men wordt lid omdat men geheelonthouder is of wil zijn en tevens strijd wii voeren of althans den strijd steunen. Moeten wij dan juist de absolute geheel onthouding eischen? We zouden het gemak kelijker hebben, als we genoegen namen met het matigheidsbeginsel. Velen vinden met ons dat het alcoholisme verschrikkelijk is en ze zouden graag iets willen doen om het te verminderen maar ze willen zoo graag zelf hun glaasje blijven gebruiken. De ervaring heeft afdoende aangetoond, dat dit niet gaat. Waar men op het matig- heidsbeginse! is blijven staan, heeft men misschien hier of daar een uitwas bestreden maar aan het kwaad zelf heeft men geen afbreuk van beteekenis gedaan. Men staat niet sterk, als men anderen het verkeerde van het drinken onder het oog wil brengen, terwijl men zelf, zij het dan ook een matig gebruiker is. Bovendien schuilt in matigheid de groote

Krantenviewer Waterlands Archief

De Omroeper | 1923 | | pagina 1